Van graan tot brood

zaaien groeien oogsten vervoeren
De boer zaait.
Zie je de boer?
Zie je de zaaimachine?
Het regent.
De zon schijnt.
Het graan groeit.

Het graan is rijp.
De boer oogst
het graan.

In grote wagens
gaat het graan
naar de maalderij.
       
wassen malen bakken
kopen

In de fabriek gaan
mensen het graan
wassen.
De machine maalt
het graan tot meel
of bloem.
Met bloem, water, gist
en zout bakt de bakker
lekker brood.
Ga je mee naar de
winkel? Samen met
mama koop je brood.